Wat houdt ons tegen?

Bij omroep Human presenteren journalisten Jeroen Smit, Daphné Dupont-Nivet en Jaap Tielbeke het televisieprogramma Wat houdt ons tegen? (zondag 22.40 uur, NPO2). Wat zijn de obstakels op de weg naar een groene toekomst? En waar zijn de leiders die deze obstakels kunnen wegnemen? Dit artikel komt voort uit de research voor

aflevering 4, Een beter milieu begint op de bouwplaats.

‘Binnen het  ministerie van Binnenlandse Zaken was vooral aandacht voor het energieverbruik van woningen, en minder voor materialen,’ zegt Mantijn van Leeuwen, directeur van onderzoeksbureau nibe. Hij geeft overheden en bedrijven advies over duurzaam bouwen en is gespecialiseerd in het in kaart brengen van de CO2-uitstoot van bouwmaterialen. Die uitstoot blijft nu onderbelicht.

Het energieverbruik van woningen is de laatste jaren flink aangepakt. De afgelopen twintig jaar kwam er op dit gebied veel wetgeving vanuit Brussel en Den Haag. Woningen worden steeds beter geïsoleerd en huiseigenaren die willen verduurzamen kunnen aanspraak maken op fondsen. In 2021 stelt Nederland een maximum aan het energieverbruik van een woning. Van Leeuwen vindt de aandacht voor energiebesparing volkomen terecht. ‘Maar doordat het daar nu zoveel beter mee gaat, is materiaalgebruik des te belangrijker geworden.’

Daar zijn heus ook regels voor, zegt Van Leeuwen. De zogeheten MilieuPrestatie Gebouwen, de mpg onder kenners, is het enige Nederlandse beleid gericht op de verduurzaming van bouwmaterialen. Bouwers en projectontwikkelaars moeten deze sinds 2013 gebruiken wanneer ze een ontwerp maken voor een woning of kantoor. Het is een ingewikkelde rekenmethode die op basis van negentien factoren de aan materiaal gerelateerde milieu-impact van een gebouw vaststelt. Het resultaat is een eencijferige score: hoe lager, hoe duurzamer.

Maar de rekenmethode bevat twee fundamentele weeffouten, zeggen experts. Ten eerste wordt de opslag van CO2 in natuurlijke materialen niet meegenomen in de rekenmethode, waardoor ze minder duurzaam scoren dan ze zijn. Ten tweede wordt verondersteld dat beton en staal na de sloop van een gebouw hergebruikt zullen worden, maar natuurlijke materialen niet. Materialen die in de boeken staan als herbruikbaar krijgen een bonus. ‘Dat is natuurlijk heel raar’, zegt Van Leeuwen. ‘De bedoeling was ooit om hergebruik van bouwmaterialen als beton en staal te stimuleren, maar het effect is dat natuurlijke materialen benadeeld worden.’ Terwijl ook natuurlijke materialen goed te hergebruiken zijn.

Door deze weeffouten kan een betonnen huis als beter uit de bus komen dan een houten huis. Het is een ongelijke wedstrijd, bevestigt programmamanager biobased bouwen Jan Willem van de Groep. Onlangs werkte hij mee aan een project voor houten woningen in Doetinchem. ‘Als we op de beste mpg-score waren afgegaan, was het sowieso beton geworden.’

‘Veel mensen zullen hier heel gelukkig wonen, maar eigenlijk moeten we hier vanaf.’ Norbert Schotte loopt door een gloednieuwe woonwijk onder de rook van vliegveld Zestienhoven, bij Rotterdam. Niet ver hiervandaan groeide hij op. Een deel van de huizen met strak afgemeten tuintjes wordt al bewoond, van de rest staan pas de betonnen skeletten overeind. Vervuilende materialen als bakstenen, beton en staal zijn Schotte een doorn in het oog. ‘Maar toch blijven we zo bouwen.’

Twintig jaar geleden begon Schotte als timmerman, om uit te komen bij een grote projectontwikkelaar. In 2021 stond hij samen met onder anderen hoogleraar Jan Rotmans en Jan Willem van de Groep aan de wieg van Gideon, een stichting die de verduurzaming van de bouw wil versnellen. Inmiddels is hij daar fulltime mee bezig.

De bouwwereld zal vanuit zichzelf niet zomaar veranderen, zegt hij. Dat heeft hij in al die jaren wel geleerd. ‘Een bekend gezegde in de bouw is: “het minimale is het maximale”.’ Oftewel: de sector houdt zich aan wat de wet minimaal voorschrijft en komt pas in beweging wanneer hij gedwongen wordt. Daarom richten Schotte en zijn medestanders hun pijlen ook op de politiek.

Drie jaar geleden al stelde Schotte een ‘manifest’ op. Hiermee wilde hij de aandacht vestigen op de ‘dubbele benadeling’ van natuurlijke materialen in het Nederlandse beleid. Volgens de opstellers van het manifest is Den Haag aan zet om de spelregels te herzien: ‘Wij doen een oproep aan politiek en beleidsmakers’ om ‘voorbij de belangen van de bouwindustrie’ de rekenmethode aan te passen. Bijna 250 partijen uit de bouwwereld, waaronder houtbouwclubs en architectenbureaus, maar ook bouwers en projectontwikkelaars bam, bpd en Ballast Nedam, banken ing en Rabobank, bedrijven Royal Haskoning en Schiphol zetten hun handtekening eronder.

Het lijkt te werken. Er volgen Kamervragen over de ‘oneerlijke rekensom’ waar natuurlijke materialen de ‘dupe’ van zijn. Los daarvan publiceert onderzoeksbureau tno begin 2021 een rapport waarin het de omissies in het beleid bevestigt. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren belooft uit te laten zoeken hoe dit anders kan. Nog twee moties en een kleine anderhalf jaar later is de conclusie: om natuurlijke materialen eerlijk te laten meetellen en ‘biobased’ bouw te stimuleren, zal de overheid initiatief moeten nemen.

Dat bouwmaterialen zo vervuilend zijn, weet Hugo de Jonge inmiddels ook. In december 2022 stuurt hij een brief naar de Kamer. In potlood kondigt hij een lijst met nieuwe beleidsplannen aan om de bouw te verduurzamen.

Een van de voorstellen springt eruit. Hij stelt niet specifiek voor om de weeffouten van de mpg aan te passen, maar komt met een volledig nieuw plan. Hij is voornemens om een nieuwe, extra maatregel in te voeren. Een CO2-eis voor de bouw, mogelijk al vanaf 2025. Zo’n eis zou een maximum stellen aan de hoeveelheid CO2 die uitgestoten mag worden door het gebruik van bouwmaterialen in nieuwbouw. Volgens de minister kan deze maatregel mogelijk bijdragen ‘aan de klimaatambities van het kabinet’.

Experts zijn ontzettend enthousiast. Met het oog op de klimaatdoelen is het CO2-plafond een noodzakelijke aanvulling, zegt Van Leeuwen. Hij pleit achter de schermen bij het ministerie al drie jaar voor zo’n eis. Mits je de CO2-norm goed vormgeeft, zegt hij, kan het de voetafdruk van de bouw fors verkleinen. Bovendien zou het de problemen in de huidige regelgeving grotendeels onschadelijk maken.

Om dat voor elkaar te krijgen is één ding van belang. Namelijk dat de nieuwe maatregel betrekking heeft op de korte termijn. Dat wil zeggen: de productie- en bouwfase van een gebouw. Juist dan komt er veel CO2 vrij. De huidige regelgeving, met de aannames over en bonussen voor het hergebruik van materialen, kijkt naar hoe vervuilend een gebouw is over een periode van 75 jaar, van bouw tot en met sloop. Dat kan nuttig zijn, legt Van Leeuwen uit, maar voor het klimaat duurt het te lang. ‘De pijn zit hem in de komende twintig jaar. Daar moet ook beleid voor komen.’

Toch haalt de nieuwe maatregel het niet. Hoewel het CO2-plafond eind maart nog een beleidsvoornemen is, gaat het in juni alweer van tafel. Dat blijkt uit documenten en verslagen waarin wij inzage hadden.

In januari tuigt het ministerie van De Jonge een zogeheten ‘klankbordgroep’ op. Onder meer vertegenwoordigers van woningcorporaties, de bouwmaterialenindustrie, projectontwikkelaars en bouwbedrijven zijn uitgenodigd om mee te denken. Tegelijkertijd geeft de overheid onderzoeksbureau W/E Adviseurs de opdracht uit te zoeken in hoeverre de CO2-eis daadwerkelijk kan bijdragen aan het behalen van de ‘korte termijn klimaatdoelen’ van 2030 en 2050.

Adviseur Van Leeuwen en bouwexpert Schotte schuiven ook aan in de klankbordgroep. Tijdens de eerste bijeenkomst voelt Schotte zich meteen genoodzaakt om te zeggen dat hij aanschuift namens ‘het klimaat’. ‘Want verder zaten er vooral belangenbehartigers uit de bouw en industrie aan tafel.’

Vooral de CO2-eis is een splijtzwam, blijkt uit de documenten en verslagen. Het gesprek over de eis gaat ‘veel te snel’, vinden meerdere partijen in de klankbordgroep. De Nederlandse Vereniging van de Toeleverende Industrie, waar beton- en staalproducenten onder vallen, verwoordt haar weerstand in schriftelijke input. Omdat er al klimaatbeleid is, vindt de Vereniging een nieuwe maatregel ‘niet nodig’. Ook trekt ze de uitgangspunten van het onderzoek naar de CO2-limiet in twijfel. Metaalunie, de branchevereniging van metaalproducenten, stelt dat het onderzoek te beperkt is. In een gezamenlijke brief met vijf andere brancheverenigingen uit de bouwindustrie uiten zij hun zorgen over de ‘uitvoerbaarheid’ van deze maatregel ‘nu en in de toekomst’. Ze hopen dat er ‘door deze brief een pas op de plaats wordt gemaakt’.

Heel verrassend is die weerstand niet. Een CO2-plafond zou bouwbedrijven, architecten en aannemers dwingen om minder met vervuilende materialen te werken. ‘Een CO2-eis is niet specifiek bedoeld tegen beton of staal’, zegt Van Leeuwen. Volledig zonder beton of staal bouwen is ook niet realistisch, beton blijft bijvoorbeeld nodig voor funderingen. Maar met een CO2-plafond zouden deze materialen wel slechter scoren en minder vaak gebruikt worden. Natuurlijke materialen worden juist aantrekkelijker.

Er zijn ook veel voorstanders. Ambtenaren uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht sturen al in februari een brief naar het ministerie waarin ze hun enthousiasme voor de maatregel delen. De Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus spreekt schriftelijk ook haar steun uit, onder een aantal voorwaarden. In de zomer, wanneer achter de schermen al duidelijk wordt dat de CO2-eis er niet komt, ondertekenen bijna 250 partijen uit de bouw een brandbrief. Het is opnieuw een initiatief van Schotte en zijn stichting Gideon. Opnieuw staat er een breed scala van handtekeningen onder, van architecten en duurzame bouwclubs, gebiedsontwikkelaar AM, vastgoedbelegger ASR Real Estate, woningcorporatie Ymere en grote bouwbedrijven bam en Ballast-Nedam. De strekking: dit is noodzakelijk voor het klimaat.

Zo helder zijn ook de conclusies van het onderzoek van W/E Adviseurs, besteld door het ministerie zelf. In de loop van het voorjaar verwerkt onderzoeker David Anink de punten van kritiek van ‘bepaalde delen’ uit de klankbordgroep. Hij schrijft een tussentijdse update en licht zijn bevindingen mondeling toe. ‘Er werd stevig oppositie gevoerd’, zegt hij. ‘We hebben hun argumenten meegenomen, maar kwamen steeds op dezelfde conclusies uit.’

Voor de klimaatdoelen is het ‘essentieel’ om op korte termijn de ‘materiaalgerelateerde’ uitstoot in de bouw terug te dringen, aldus het openbare rapport. Het huidige beleid ‘stuurt’ nog ‘onvoldoende’ op de klimaatdoelen van 2030. Daarom zou de CO2-eis een ‘zinvolle aanvulling’ zijn. Bovendien kan de maatregel makkelijk ingevoerd worden. Oftewel: deze relatief simpele extra eis kan de bouwwereld helpen dichter bij de klimaatdoelen te komen.

En toch, hoe helder de conclusies ook zijn, hoe simpel de maatregel ook in te voeren is, toch laat het ministerie onderzoeker Anink netjes weten dat de CO2-eis er niet zal komen. Een gemiste kans, zegt hij, ‘maar uiteindelijk beslist het ministerie’.

‘Natuurlijk’ baart het demissionair minister De Jonge zorgen dat bouwmaterialen vervuilend zijn, zegt hij begin november. Hij staat in de hoge, glimmende ontvangsthal van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag en houdt vol dat duurzaam bouwen wel degelijk prioriteit heeft: ‘We zullen veel meer woningen moeten bouwen, betaalbaarder en duurzamer moeten bouwen. Dat is allemaal tegelijk noodzakelijk.’

In plaats van een nieuwe nationale CO2-eis per vierkante meter kiest de minister voor de in zijn ogen ‘verstandige’ oplossing om het huidige beleid, de mpg, aan te scherpen. CO2 zal zwaarder gaan meewegen in de regels waarmee bouwers nu al berekenen wat de milieu-impact van hun gekozen materialen is. ‘De lat komt hoger te liggen.’

Dat dit geen CO2-eis is, erkent hij. Op dit gebied neemt hij de bezwaren uit de klankbordgroep serieus, blijkt uit een tweede Kamerbrief uit oktober waarin hij zijn definitieve plannen toelicht. ‘Stapeling van steeds meer duurzaamheidseisen’, citeert hij de bezwaarmakers, kan ervoor zorgen dat ‘de uitvoeringspraktijk onwerkbaar wordt’. Ook wil hij ‘eventjes’ wachten op Europese plannen, zegt hij in de ontvangsthal. In Brussel gaat het ook over de CO2-uitstoot van gebouwen, en dubbel werk zou contraproductief zijn. ‘Anders buitelen de eisen over elkaar heen en snappen bouwers er helemaal niks meer van. Dan staat straks de bouw stil en wordt er minder betaalbaar gebouwd, daar helpen we mensen ook niet mee.’

‘De bouw kan zich prima aan een nieuwe CO2-eis aanpassen’, reageert Andy van den Dobbelsteen. ‘Maar als het niet wettelijk wordt vastgelegd, gaan ze dat niet doen. We zijn in Nederland kampioen in het nastreven van de minimale eisen.’ Ook volgens Van Leeuwen levert de eis weinig extra werk op: ‘De data zijn er al en die berekeningen zijn zo gemaakt.’

Wachten op Brussel vinden ze onverstandig. Hoe de Europese regels er precies uit gaan zien, is nog lang niet duidelijk. Frankrijk en Denemarken hebben al wel beleid ingevoerd om de kortetermijn-uitstoot van de bouw te beperken, zegt Schotte. ‘Dat laat zien dat Nederland dit ook al kan doen, los van waar Brussel straks mee komt. Dan lopen we voorop.’

‘Gerommel in de marge’, noemt hij de plannen van De Jonge die er wel komen. Op deze manier blijven de weeffouten in het beleid bestaan. Bovendien komt er geen maatregel voor de korte termijn, en dat is ‘de termijn die telt voor het klimaat’. Het idee dat de voorgestelde aanpassingen grote impact gaan hebben voor de verduurzaming van de bouw is volgens programmamanager biobased bouwen Jan Willem van de Groep dan ook ‘wishful thinking’.

Heeft de minister te veel naar de industrie geluisterd? ‘Dat is een verkeerde voorspiegeling van zaken’, zegt De Jonge. ‘We hebben heel veel deskundigen geraadpleegd en natuurlijk vaar je niet alleen op de voorhoede. Uiteindelijk stellen we eisen die ambitieus zijn maar die de bouw nog wel kan waarmaken.’

‘De industrie en bouwsector mogen altijd meepraten’, zegt hoogleraar Van den Dobbelsteen. ‘Natuurlijk heb je input en kennis uit de praktijk nodig, maar laat ze in godsnaam niet de normen bepalen.’ Bouwexpert Schotte is het ermee eens: ‘Een kalkoen zet zichzelf ook niet op het kerstmenu.’